home
door: Ed Klungers, advocaat
“Humor in de rechtspraak”door: Ed Klungers, advocaat

Humor in de rechtspraak

Weinig mensen zullen voor hun plezier juridische stukken en vonnissen lezen. Ze zijn saai, langdradig en vol met juridische verhandelingen die voor gewone mensen vaak onbegrijpelijk zijn. Toch kom ik regelmatig in vonnissen grappige passages tegen.

Bordeel / Manege

Een kantonrechter moest beoordelen of een “ontmoetingscentrum waar heren onder het genot van een gekochte consumptie een keus kunnen maken uit de aanwezige dames”, een bedrijfsruimte was. In het vonnis staat vermeld: “De kantonrechter heeft het bordeel zelf bezichtigd, (ambtshalve wel te verstaan!!)” en maakt de vergelijking met een manege, “waar je, meestal na afspraak, tegen betaling een uurtje of zo lekker op een paard kunt rijden.”

Bomen en Planten

Soms probeert een rechter partijen te helpen met een niet juridische oplossing. Zo schreef de kantonrechter in Dordrecht in een vonnis over een burenruzie, “Het zou wel aardig van gedaagde zijn als zij het betonijzer, dat kennelijk een doorn in het oog is van eisers, weg zou halen, aangezien de noodzaak van de plaatsing daarvan niet erg duidelijk is aangetoond.” En om verdere kosten te besparen geeft hij de strijdende partijen mee: “Indien partijen een oplossing voor hun geschillen over bomen en planten wensen kunnen zij zich beter tot een hovenier wenden, die voor minder geld dan de gevoerde procedures hebben gekost, en praktische oplossing kan bereiken.”

Serieuze advocaat

Soms kan een rechter zich niet inhouden een krijgt ook de advocaat ervan langs. De rechtbank Overijssel schreef in haar vonnis: “Het is onbehoorlijk”(van beide partijen en hun advocaten die in deze kinderachtige ruzie vrolijk hun diensten leveren) op deze manier te procederen om haar gelijk te halen, steeds met gebruik van de door de overheid gefinancierde rechtshulp. Hier is een rol voor de serieuze advocaat weggelegd om zijn/haar cliënt zich ervan te laten doordringen dat een dergelijke pesterij met een minimumbelang geen inzet van een juridische procedure kan zijn”.

Utopia

In een ander vonnis lees ik: “Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat met stijgende verbazing is kennis genomen van de door de gemachtigde van eiser in zijn fax naar voren gebrachte stelling dat hem de uitspraak van de rechtbank al bekend is en dat hij zijn beroepschrift evengoed naar de derde boomstronk van de Thomas Moruslaan te Utopia kan sturen”.

Latijn

Nog een mooie overweging: “Gelet op de overmatige hoeveelheid door de gemachtigde gebruikte Latijnse teksten in het verzoekschrift, alsmede zijn pleitaantekeningen, zelfs bij het formuleren van het verzoek, wijst de kantonrechter er allereerst op dat de voertaal in de rechtspraak Nederlands is. Aan een in een andere taal gestelde verzoeken zal in het algemeen voorbij gegaan moeten worden”

Hond achter het stuur

Tot slot nog een vonnis van de politierechter in Brugge (België) die een melige bui leek te hebben. Een bestuurder van een auto moest zich verantwoorden voor de rechter, omdat hij niet in staat zou zijn geweest de auto behoorlijk te besturen, omdat er een “witte hond vooraan in de auto op te passagierszetel zat”. De rechter overwoog: ”De rechtbank beschikt over bijzonder weinig informatie; het enige wat vast staat is dat een grote witte hond op de passagierszetel naast de beklaagde zat en dat hij of zij (want het geslacht van het dier blijkt niet uit het strafdossier) recht voor zich uitkeek. Over het ras van het dier ontbreekt elke informatie. Vast staat wel dat het niet ging om een Dalmatiër; dat zijn immers uit hun aard witte honden met zwarte vlekken en de verbalisante heeft klaarblijkelijk geen vlekken gezien, hoewel ze haar vaststelling deed op klaarlichte dag. Een Herdershond kan het evenmin geweest zijn want die zou in zijn poot zijn dagboek hebben vastgehouden en de verbalisante heeft geen melding gemaakt van een “dagboek van een herdershond”. Een Poedel zou het eventueel wel kunnen zijn geweest, want die bestaan in zwarte, in bruine en in witte uitvoeringen, maar die zijn doorgaans dan weer niet groot, terwijl de verbalisante zeer uitdrukkelijk heeft gepreciseerd dat het ging om een grote hond. Precies dit gegeven laat ook toe met zekerheid te stellen dat het niet ging om een Chihuahua uit het bijzondere nuttige precisering dat het dier voor zich uitkeek, kan afgeleid worden dat de verbalisante speciale aandacht heeft gehad voor de ogen van de hond. Het was blijkbaar geen Pekinees want in dat geval zou het de verbalisante ongetwijfeld opgevallen zijn dat hij, zoals alle inwoners van Peking, spleetogen had en zij zou dat dan zeker vermeld hebben. Over de vraag of de hond de veiligheidsgordel had omgelegd ontbreekt eveneens alle informatie. Ook in dit verband waar het nuttig geweest te weten om welke ras het ging. Een Boxer heeft uit zijn aard een platte neus, zodat het niet zo heel veel zou uitmaken indien hij bij een ongeval met zijn neus tegen de voorruit zou slaan. Bij gebreke aan meer concrete en bewijskrachtige gegevens moet de rechtbank dan ook besluiten dat niet bewezen is dat de loutere aanwezigheid van grote, witte hond, die stil zat op de passagierszetel van een wagen, recht voor zich uitkeek en noch boe noch ba, noch woef noch waf zei, noodzakelijkerwijs zou impliceren dat beklaagde, bestuurster van die wagen, niet meer in staat was om te sturen of niet meer over de nodige lichaamsgeschiktheid, kennis en rijvaardigheid beschikte. Zij moeten dus worden vrijgesproken.”

 

Boddaert Advocaten