home
Lique van der Leer
“Overmacht in tijden van de coronacrisis”Lique van der Leer

24 maart 2020

Overmacht in tijden van de coronacrisis

Het COVID-19 virus heeft onze wereld in korte tijd drastisch veranderd. Veel mensen en bedrijven lopen rond met vragen. Hoe lang blijven de overheidsmaatregelen van kracht en wat komt er nog op ons af? En wat betekent de Coronacrisis voor mijn bedrijf, bijvoorbeeld als ik de deuren moet sluiten?

De afgelopen week zijn wij door meerdere ondernemers benaderd met de vraag of zij bij verplichte sluiting voor hun handelscontracten een beroep kunnen doen op overmacht en zo ja, tegen wie en met welke gevolgen. Omdat wij verwachten dat deze vraag bij meerdere ondernemers leeft, schetsen wij kort de hoofdlijnen.

Uitgangspunt van onze wet is dat een overeenkomst nagekomen moet worden. Indien een partij zich niet aan de afspraken houdt, spreken we van een tekortkoming. Een tekortkoming kan ofwel toerekenbaar zijn – in welk geval er sprake is van wanprestatie – ofwel niet-toerekenbaar zijn. Dit laatste wordt overmacht genoemd.

Voor overmacht is nodig dat de schuldenaar aantoont dat een tekortkoming niet zijn schuld is, en ook niet voor zijn risico komt. Dit laatste kan gebeuren op grond van de wet, een rechtshandeling (denk aan een garantie in algemene voorwaarden) of de in het maatschappelijk verkeer levende opvattingen. Een heersende verkeersopvatting is bijvoorbeeld dat geldelijk onvermogen voor rekening van de schuldenaar komt.

Daarnaast is voor overmacht vereist dat de prestatie onmogelijk is, tijdelijk dan wel blijvend. Blijvende onmogelijkheid kan vervolgens absoluut of relatief zijn. Van absolute onmogelijkheid is sprake wanneer het is uitgesloten dat er kan worden nagekomen; van relatieve onmogelijkheid wanneer het verrichten van de prestatie op grote bezwaren stuit wegens praktische, morele of juridische belemmeringen. Dit laatste is aan de orde bij een door de overheid gedwongen sluiting.

Een gedwongen sluiting kan daarom overmacht opleveren. Denk aan een winkelier of sportschoolhouder: jegens diens klanten zal een beroep op overmacht kunnen slagen, mede afhankelijk van de precieze inhoud van de overeenkomst, toepasselijke algemene voorwaarden en – zo mogelijk – toepasselijk recht. Maar let op: dit geldt niet zonder meer voor bijvoorbeeld toeleveranciers van de winkelier. De gedwongen sluiting maakt het afnemen van bestelde goederen immers niet juridisch onmogelijk, ‘slechts’ de fysieke doorverkoop ervan in de winkel. Mogelijk biedt in deze gevallen een beroep op onvoorziene omstandigheden uitkomst.

En de gevolgen? Het belangrijkste gevolg is dat er in geval van overmacht geen nakoming en/of schadevergoeding kan worden gevorderd. Dat zal in bepaalde gevallen lucht kunnen geven. De heilige graal is het evenwel niet. Ook in gevallen van overmacht kan een overeenkomst namelijk worden ontbonden, tenzij de tekortkoming dit gelet op de bijzondere aard en geringe betekenis niet rechtvaardigt. Of de huidige Coronacrisis onder deze ‘tenzij clausule’ valt, zal de tijd moeten uitwijzen, waarbij ook het soort overeenkomst een rol zal spelen.

Of een beroep op overmacht mogelijk is, zal van geval tot geval bekeken moeten worden. Wilt u weten hoe het zit in uw concrete geval? Neem dan contact op met Lique van der Leer. Zij neemt graag de mogelijkheden met u door.  

 


 

 

Boddaert Advocaten