Spring naar content

Contracten en Corona: rechter spreekt zich uit

c664afe48a74850effdbfe181a647e7c_b46fe8dc1c1d26442d4b5ed57ed0d963

De Coronacrisis houdt Nederland in zijn greep. In een eerdere blog schreven wij over de invloed van overmacht op handelscontracten. Daarin verwezen wij kort naar de mogelijkheid om een overeenkomst te wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden. Dit is kort gezegd de mogelijkheid om de rechter te laten ingrijpen in bestaande afspraken, indien de onverkorte uitvoering van die afspraken leidt tot een onaanvaardbare uitkomst. In een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2020:2406) spreekt de rechter zich hierover uit.

Partijen in deze zaak onderhandelden over een overname. In de letter of intent is bepaald dat iedere partij zich uit de deal kan terugtrekken tegen betaling van een break-up fee van 30 miljoen euro aan de ander. In de letter of intent is tevens opgenomen dat partijen dit bedrag redelijk vinden en dat zij afstand doen van hun recht om het tegendeel te bepleiten.

Een van partijen trekt zich terug vanwege de Coronacrisis en vraagt de rechter de fee te matigen wegens onvoorziene omstandigheden. Is daarvan sprake?

Nee, zo oordeelde de rechter. De Coronacrisis is weliswaar een onvoorziene omstandigheid, maar niet een dusdanige dat op grond daarvan geen ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst kan mogen verwacht. Het verminderen van de fee zou het doel van de fee doorkruisen, namelijk het verdelen van de risico’s tussen partijen en het aansporen van partijen om de transactie aan te gaan.

De rechter onderstreept het uitgangspunt dat overeenkomsten in beginsel onverkort nagekomen moeten worden. Partijautonomie staat voorop. Ingrijpen door de rechter is alleen nodig indien de onverkorte nakoming tot onaanvaardbare gevolgen leidt. Het ingrijpen moet bovendien gericht zijn op het zo dicht mogelijk benaderen van de oorspronkelijke uitkomst zonder onvoorziene omstandigheid. Het gaat dan kortom om het herstellen van een contractueel evenwicht.

In de rechtsliteratuur gaan inmiddels stemmen op om “Coronaschade” 50/50 te verdelen. Hoewel de rechter in deze zaak dit uitgangspunt onderschreef, besloot hij deze verdeling in dit geval niet toe te passen. Reden hiervoor was de functie van de break-up fee, die nu juist de risico’s tussen partijen beoogde te verdelen. Betaling van de fee verstoorde het contractuele evenwicht niet, aldus de rechter. Ingrijpen was daarom niet nodig.

De feiten en omstandigheden van een zaak zijn kortom van grote invloed op de vraag of de Coronacrisis wel of niet noopt tot ingrijpen door de rechter wegens onvoorziene omstandigheden. Benieuwd naar het contractuele evenwicht in uw zaak? Neem dan vrijblijvend contact op met Lique van der Leer.