Spring naar content

De opstelling van de aansprakelijke verzekeraar doet er toe!

Blogs 1

Zo ook een rijschoolhoudster, die de pech had dat zij binnen een jaar twee keer van achteren werd aangereden. Als gevolg van deze ongevallen – en in het bijzonder het tweede, ernstiger ongeval – heeft zij lichamelijke klachten bestaande uit onder meer nekpijn, rugpijn, hoofdpijn en vermoeidheid. Daarnaast heeft zij ook geestelijke klachten, bestaande uit cognitieve beperkingen, depressie en angsten. Er blijkt zelfs sprake van een PTSS. Als gevolg van deze klachten is de rijschoolhoudster sinds het tweede ongeval niet meer in staat om haar werkzaamheden, huishouding en onderhoud van haar huis uit te voeren. Allianz is als aansprakelijke verzekeraar echter van mening, dat de ongevallen nauwelijks klachten bij de rijschoolhoudster hebben veroorzaakt. Partijen komen er onderling niet uit en de zaak wordt aan de rechter voorgelegd. In eerste aanleg heeft de rechter voor recht verklaard, dat de door de rijschoolhoudster geleden schade met de uitkering door Allianz van € 81.500,00 is vergoed. De rijschoolhoudster is echter van mening, dat hiermee haar volledige schade niet wordt gedekt. Zij vordert in hoger beroep bij het hof dan ook vergoeding van de (verdere) schade.

Voor de vaststelling van de lichamelijke en geestelijke gevolgen van de ongevallen wordt door het hof uitgegaan van deskundigenrapporten. Onder meer zijn er deskundigenonderzoeken verricht door een neuropsycholoog, neuroloog, KNO-arts, psychiater en internist. Op grond van deze deskundigenrapporten komt het hof tot de conclusie dat het bestaan van de door de rijschoolhoudster ervaren klachten in voldoende mate objectief is aangetoond. Er zijn geen aanwijzingen dat zij deze klachten ook zou hebben ondervonden wanneer het tweede ongeval haar niet was overkomen. Ook is er geen alternatieve oorzaak voor de klachten aanwezig. Het hof komt dan ook tot de conclusie dat op basis van de uitgebrachte deskundigenrapporten de klachten het gevolg zijn van de ongevallen. Naar het oordeel van het hof vloeit hieruit voort, dat die klachten ook hebben geleid tot beperkingen op het terrein van arbeid, huishoudelijke taken en zelfwerkzaamheid.

Wat betekent dit voor de omvang van de schade? Allianz heeft zich er in deze zaak onder meer op beroepen dat de rijschoolhoudster zich onvoldoende heeft ingespannen om haar schade te beperken. Het hof gaat hier niet in mee. Uit het deskundigenonderzoek van de psychiater was naar voren gekomen, dat de rijschoolhoudster als gevolg van het tweede ongeval een PTSS had opgelopen. De klachten door deze PTSS hebben haar volgens het hof in aanzienlijke mate belemmerd om zich volledig in te kunnen zetten in het kader van het re-integratietraject om optimale resultaten te bereiken. Daarbij kon de rijschoolhoudster ook niet rekenen op adequate bevoorschotting van de aansprakelijke verzekeraar, hetgeen voor grote financiële druk heeft gezorgd. En die druk zal volgens het hof een onmiskenbare invloed op het welzijn en handelen van de rijschoolhoudster hebben gehad. Dit kan haar niet worden aangerekend.

Voor smartengeld acht het hof een bedrag van € 30.000,00 passend. De rijschoolhoudster is haar inkomen als gevolg van de twee ongevallen volledig kwijt geraakt. De door haar zelf opgebouwde onderneming heeft zij moeten beëindigen. Vanwege het bezit van een eigen woning heeft de rijschoolhoudster geen mogelijkheid gehad om aanspraak te maken op een uitkering. Zij was dus volledig afhankelijk van de bevoorschotting van Allianz en, waar die op enig moment uitbleef, van giften en leningen. Zij leefde dus in financiële nood en volgens de deskundigen heeft dit een remmend effect gehad op met name het geestelijk herstel. Het hof acht de opstelling van Allianz moeilijk te begrijpen. Het oordeel van het hof over het bestaan en de causaliteit van de klachten berust op een zeer breed gedragen opvatting van zowel de behandeld sector als de deskundigen. De houding van Allianz en de daarmee gepaard gaande langdurige schaderegeling, die uiteindelijk is uitgemond in de procedure bij de rechtbank en het hof, heeft er, volgens vele behandelaars en de deskundigen, in grote mate aan bijgedragen dat de PTSS, waaraan de rijschoolhoudster als gevolg van het ongeval heeft geleden, (langer en ernstiger) is blijven bestaan. De opstelling van Allianz in deze procedure vormt voor het hof dan ook mede aanleiding voor de vaststelling van de hoogte van het smartengeld.

Kortom: Allianz zal de volledige schade die de rijschoolhoudster als gevolg van de ongevallen heeft geleden en zal lijden, dienen te vergoeden. Het hof heeft partijen de opdracht gegeven om te bezien of zij er samen verder uit kunnen komen. Laten we voor de rijschoolhoudster hopen, dat dit op een voortvarende manier tussen partijen afgedaan kan worden.