Spring naar content

Woningsluiting wegens drugs: Damoclesbeleid

Wietkwekerij in woning

Het staat regelmatig in de krant: “politie treft wietkwekerij aan in woning”. Dat brengt voor de bewoner behalve praktische ook grote juridische problemen met zich mee. Uiteraard strafvervolging voor het drugsdelict en claims van de verhuurder en evt. nutsbedrijven, maar daar boven op een bestuursrechtelijk probleem met de gemeente: die kan de woning langdurig sluiten. Daardoor komt de bewoner met zijn gezin/ huisgenoten van de een op de ander dag  op straat te staat en moet zelf ergens vervangend onderdak regelen.

Een woning waar drugs zijn aangetroffen kan nl. door de burgemeester worden gesloten (art. 13b Opiumwet). Dit is een zgn. discretionaire bevoegdheid: de burgemeester is niet verplicht maar bevoegd om een woning te sluiten en moet daarbij alle betrokken belangen meewegen. Veel gemeentes hebben daarvoor een gemeentelijk handhavingsbeleid ontwikkeld, het zgn. Damoclesbeleid. Daarin is voor een aantal drugsgevallen uitgewerkt wat de bestuurlijke reactie is: een waarschuwing of sluiting. Sluiting kan variëren van bijv. 6 maanden tot meer dan twee jaar bij herhaling van ernstige gevallen.

Sluiting van een woning is zeer ingrijpend. Het raakt het privé- en gezinsleven van de bewoner(s) zoals onder meer art. 8 EVRM beoogt te beschermen. De bevoegdheid tot sluiting moet dan ook zorgvuldig en gemotiveerd worden uitgeoefend en is met rechtsbescherming omgeven. Vooraf wordt in beginsel de zienswijze van de betrokkene gevraagd. Tegen het besluit tot sluiting (een zgn last onder bestuursdwang) staat bezwaar en beroep open. Ook is het mogelijk om in kort geding bij de bestuursrechter schorsing van de sluiting te vragen.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in 2019 een overzicht gegeven van haar eigen jurisprudentie inzake sluiting van woningen (ECLI:NL:RVS:2019:2912). Heel kort samengevat wordt getoetst of de sluiting van de woning (1) noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat en herstel van de openbare orde, gezien (2) de ernst en omvang van de overtreding, en (3) evenredig is. Bij de evenredigheidstoets wordt bijvoorbeeld gekeken of en in welke mate betrokkene een verwijt gemaakt kan worden en of sluiting niet te ernstige gevolgen heeft, bijvoorbeeld als er minderjarige kinderen ,al dan niet met bijzondere problematiek, betrokken zijn.

Of sluiting met succes aan te vechten is hangt dus sterk af van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval en alle daarbij betrokken belangen. Ook de belangen van de bewoner. Als dat in het besluit niet voldoende inzichtelijk gemaakt wordt, kan dat leiden tot schorsing van de sluiting (aldus recent rechtbank Noord-Nederland, ECLI:NL:RBNNE:2020:2769).